Home » Certificaten van aandelen

Category Archives: Certificaten van aandelen

Certificering van aandelen in de BV en het (wettelijk) pandrecht

Bij certificering van aandelen in de BV speelt de al dan niet toekenning van vergaderrecht een rol. In mijn bijdrage in TvOB 2016-5 stel ik het certificaat van aandeel met flexibel vergaderrecht centraal. Ik bespreek de statutaire regeling waarbij aan het bestuur of een ander orgaan van de vennootschap de bevoegdheid is toegekend het vergaderrecht aan certificaten toe te kennen en te ontnemen. Ik draag oplossingen en handvatten aan om knelpunten in dit kader in de praktijk te verhelpen. Daarnaast stel ik de vraag aan de orde of het mogelijk is een certificaat van aandeel met vergaderrecht, maar zonder wettelijk pandrecht ex art. 3:259 BW, te creëren. En zo ja, of aan dit certificaat van aandeel desgewenst een gewoon pandrecht kan worden toegekend.

Lees hier het artikel.

tvob_2016-5_omslag

Certificering van aandelen en toestemming van de echtgenoot voor borgtocht

Bij certificering van aandelen is soms de vraag of de certificaathouder (de ondernemer) alleen of met zijn medebestuurder de ‘meerderheid van de aandelen’ in de bv houdt en als ondernemer heeft te gelden. Op 11 mei 2016 oordeelde de rechtbank Den Haag over een dergelijke geval (ECLI:NL:RBDHA:2016:5701). De zaak gaat over de vraag of de echtgenote toestemming in de zin van art. 1:88 BW moet verlenen voor een borgstelling die de ondernemer afgeeft. De ondernemer is bestuurder van de bv, maar heeft niet de volledige zeggenschap in het bestuur van de StAK die indirect de aandelen in de bv houdt. Meer in het bijzonder is de vraag of bij deze vennootschappelijke structuur (een combinatie van certificering en middellijk aandeelhouderschap) de uitzondering van art. 1:88 lid 5 BW opgaat. Het gaat er bij deze uitzondering (onder meer) om of sprake is van een bestuurder van een bv die alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid van de aandelen houdt. De rechtbank oordeelt dat de uitzondering niet opgaat.

In mijn noot in JOR 2016/229 betoog ik dit oordeel niet juist is. Ik geef toe dat in deze casus sprake was van een minder eenvoudige certificeringsconstructie dan in het Abbink/SNS Bank-arrest het geval was. In het Abbink/SNS Bank-arrest (HR 8 oktober 2010, JOR 2010/367) beantwoordde de HR de vraag of de uitzondering van het toestemmingsvereiste ook geldt in geval van certificering van aandelen bevestigend. Heel ingewikkeld is de toegepaste vennootschappelijke structuur (een combinatie van certificering en middellijk aandeelhouderschap) in deze zaak echter ook niet. De rechtbank gaat eraan voorbij dat gedaagde indirect enig statutair bestuurder van de bv – en daarnaast zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd bestuurder van de StAK – was en indirect voor 68% in het kapitaal van de bv voorzag. Anders gezegd, gedaagde is zo nauw verbonden met de onderneming dat hij in de praktijk als ondernemer heeft te gelden, doordat hij de zeggenschap uitoefent en financieel belang heeft bij de bedrijfsresultaten van de vennootschap ten behoeve waarvan hij zich als hoofdelijk medeschuldenaar verbindt. Toestemming van zijn echtgenote voor de borgtocht was dus niet vereist.

Lees hier mijn annotatie.

Het certificaat van aandeel in de BV

Mijn bijdrage Het certificaat van aandeel in de BV is in het WPNR 2016 (7093) verschenen. Met de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering BV­-recht (‘Wet Flex­-BV’) kent het BV­-recht een herziene regeling voor certificaten van aandelen. Met name komt deze herziene regeling tot uitdrukking in art. 2:227 lid 2 BW. Dit artikellid bepaalt dat de statuten van een BV aan certificaten vergaderrecht kunnen verbinden. Het vergaderrecht is voor de rechtspraktijk een element om certificering van aandelen in een BV te structureren. Naast het vergaderrecht zijn er ook andere punten die na invoering van de Wet Flex­BV bij een dergelijke structurering aandacht behoeven. In deze bijdrage wijd ik daaraan enkele beschouwingen. Allereerst sta ik stil bij de vraag wat certificering is (paragraaf 2). Daarna ga ik in op het verbinden en intrekken van vergaderrecht aan certificaten (paragraaf 3) en de voorwaardelijke toekenning van vergaderrecht aan certificaten (paragraaf 4). Vervolgens bespreek ik het overgangsrecht en het wettelijk pandrecht ex art. 3:259 BW (paragraaf 5), het recht van enquête (paragraaf 6), het recht op uitkering (paragraaf 7), rekening en verantwoording (paragraaf 8), statutaire verplichtingen (paragraaf 9), de wijziging van de administratievoorwaarden (paragraaf 10) en het verbod tot certificering (paragraaf 11). Ik sluit af met een conclusie (paragraaf 12).

Het blijkt dat de rechtsfiguur van certificering van aandelen een lenige rechtsfiguur is (gebleven). De huidige regelgeving geeft echter ook, op het eerste gezicht onvermoede, aandachtspunten voor de rechtspraktijk bij certificering.

certificaat van aandeel

Certificaten van aandelen, de bewilligde certificaathouder en het overgangsrecht Wet Flex-BV

In het WPNR 2014 is mijn bijdrage verschenen, waarin de houder van certificaten van aandelen en het overgangsrecht van de Wet Flex-BV centraal staat. Ik betoog dat de houder van – onder het oude recht – met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten zijn vergaderrecht niet ziet vervallen indien geen (tijdige) inschrijving in het aandeelhoudersregister heeft plaats gevonden. Mijn bijdrage is een reactie op een eerder in het WPNR verschenen bijdrage van mr. dr. G.J.C. Rensen. Zijn naschrift vergezelt mijn bijdrage.

 

Certificaten zonder vergaderrecht

In de eerste aflevering van 2014 van Ondernemingsrecht is mijn bijdrage over de certificaten zonder vergaderrecht, de certificaathouder zonder vergaderrecht, de kring van betrokkenen en de vernietiging van besluiten verschenen. Het gaat daarbij om aandelen in een BV die zijn gecertificeerd zonder dat in de statuten aan die certificaten vergaderrecht in de zin van art. 2:227 lid 2 BW is toegekend.

In deze bijdrage staat de houder van certificaten waaraan geen vergaderrecht is verbonden centraal. Ik verdedig dat de certificaathouder zonder vergaderrecht niet tot de kring van betrokkenen in de zin van art. 2:8 BW behoort en hem derhalve niet het recht toekomt ex art. 2:15 lid 1 sub b BW besluiten te vernietigen wegens strijd met de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid.

Onder het oude recht bestonden verschillende opvattingen over de vraag wanneer sprake was van bewilligde en niet-bewilligde certificaten. Met de invoering van de Flex-BV is gekozen voor het uitgangspunt dat de vennootschap zelf bepaalt of er certificaten met vergaderrecht worden toegelaten en aldus of de besluitvorming in de algemene vergadering openstaat voor anderen. De statuten bepalen of aan certificaten vergaderrecht is toegekend. De vennootschap heeft door het onthouden van het vergaderrecht, en de daarmee verbonden organisatierechtelijke rechten, aan het certificaat niet beoogd dat de certificaathouder in een rechtstreekse verhouding tot de vennootschap komt te staan. In de literatuur is de ‘redelijk belang-benadering’ verdedigd. Deze benadering houdt in dat de houder van certificaten zonder vergaderrecht een vordering tot vernietiging van een besluit op grond van art. 2:15 lid 1 onder b BW kan instellen, omdat hij vanwege de aan het certificaat verbonden financiële rechten een redelijk belang heeft. Ik acht voor de redelijk belang-benadering echter geen plaats. De certificaathouder zonder vergaderrecht staan andere middelen ter beschikking om de aan zijn certificaat verbonden financiële rechten te waarborgen. Denk daarbij aan het indienen van een enquêteverzoek of een vordering uit hoofde van onrechtmatige daad.

Ondernemingsrecht

De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV

Op 31 mei 2013 promoveerde ik aan de Universiteit Maastricht op een proefschrift over de kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV.

Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht is in Nederland het stemrechtloze aandeel geïntroduceerd. In mijn proefschrift stel ik deze nieuwe rechtsfiguur centraal. Ik bespreek de rechtspositie van de stemrechtloze aandeelhouder en betrek daarbij de positie van houders van andere rechtsfiguren
zonder stemrecht: de houder van een certificaat van aandeel met en zonder vergaderrecht, de houder van een participatiebewijs en de houder van een aandeel waarbij het stemrecht is overgedragen aan de vruchtgebruiker of pandhouder. Daarmee kom ik in mijn onderzoek tot vijf kapitaalverschaffers zonder stemrecht in de BV, die met elkaar worden vergeleken. Door middel van een literatuur- en jurisprudentieonderzoek, waaronder ook de parlementaire geschiedenis, is (onder meer) de wettelijke regeling van het stemrechtloze aandeel en het certificaat met en zonder vergaderrecht en het daarbij behorende overgangsrecht kritisch tegen het licht gehouden.

In mijn proefschrift stel ik de verhouding van de kapitaalverschaffers zonder stemrecht tot de vennootschap, het bestuur van de vennootschap en de andere kapitaalverschaffers van de vennootschap met stemrecht in de algemene vergadering centraal. Ik onderzoek door welke rechten, verplichtingen en normen die verhoudingen worden ingevuld en op welke wijze de eerder genoemde kapitaalverschaffers zonder stemrecht hun rechten en belangen kunnen waarborgen.

Na de inleiding wordt de voorgeschiedenis en de introductie van het stemrechtloze aandeel in Nederland besproken. Ik inventariseer mogelijke kapitaalparticipaties zonder stemrecht in de BV. Vervolgens komen de eerder genoemde verhoudingen aan de orde, waaronder de interne verhoudingen van de BV en daarmee het spanningsveld waarin de kapitaalverschaffer zonder stemrecht zich bevindt. Ook worden de rechten van deze kapitaalverschaffers besproken. Daarna komt de open norm van de redelijkheid en billijkheid en de zorgplichten in relatie tot de kapitaalverschaffer zonder stemrecht aan de orde. Tot slot besteed ik aandacht aan de afdwingbaarheid van hun rechten.

Mijn proefschrift is hier te verkrijgen.

 

De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV

 

Over Rogier Wolf

Rogier Wolf Rogier Wolf is advocaat en universitair docent ondernemingsrecht. Tot zijn expertise behoren de flex-bv en kapitaalparticipatie zonder stemrecht in de bv. Rogier adviseert onder andere over stemrechtloze aandelen, certificering van aandelen en participatiebewijzen. Hij is een veelgevraagd docent en spreker en publiceert zeer regelmatig over het ondernemingsrecht. Contact?
Rogier Wolf op Google Scholar
google scholar