UdinkSchepel Advocaten benoemt Rogier Wolf tot partner

UdinkSchepel Advocaten is verheugd mede te delen dat zij Rogier Wolf tot partner heeft benoemd. Met zijn uitgebreide expertise draagt Rogier Wolf bij aan de verdere groei van de succesvolle ondernemingsrechtelijke praktijk van UdinkSchepel Advocaten. Rogier adviseert ondernemers over het structureren van vennootschappen, samenwerkingsvormen en participaties in andere ondernemingen. Hij procedeert over aandeelhoudersgeschillen en bestuurdersaansprakelijkheid. Daarnaast is Rogier Wolf universitair docent aan Maastricht University, auteur van diverse juridische publicaties, voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor vennootschapsrecht, rechtspersonenrecht en ondernemingsbestuur (TvOB) en een veel gevraagd docent.

Ook Mr. online, Advocatie en het Advocatenblad maken melding van dit goede nieuws.

UdinkSchepel Advocaten staat ondernemers bij in het ondernemings- en faillissementsrecht en bij herstructureringen. Met een schat aan ervaring en een mooie staat van dienst, opgebouwd door advocaten die de dingen vaak net even anders doen: creatiever, met meer verve en spirit. Vanuit een praktische aanpak waarbij de oplossing vooropstaat. Persoonlijk en met korte lijnen. Zo nodig duiken onze advocaten ook de wetenschappelijke diepte in en, als het moet, laten we onze tanden in een procedure zien.

Logo

Vertegenwoordigingsbevoegdheid bij de bv

Voor de rubriek Even Opfrissen van het Advocatenblad heb ik een bijdrage geschreven over de vertegenwoordigingsbevoegdheid bij de bv. De vraag die ik beantwoord heb, is of het statutaire tweehandtekeningenstelsel kan worden doorbroken. Anders gezegd, als er twee statutair bestuurders in een bv zijn en zij zijn slechts gezamenlijk vertegenwoordigingsbevoegd, kunnen zij elkaar over en weer een volmacht geven, zodat zij toch zelfstandig rechtshandelingen kunnen verrichten? Bijvoorbeeld het aangaan van overeenkomsten? Lees hier verder voor het antwoord op die vraag.

Afbeeldingsresultaat voor advocatenblad

Aandeelhoudersovereenkomsten

In maart 2019 is de Leidraad aandeelhoudersovereenkomsten, als onderdeel van de Leidraad voor de accountant, aflevering 114, die ik heb geschreven, verschenen. Wolters Kluwer geeft de Leidraad uit.

In deze leidraad staan het wat en waarom van aandeelhoudersovereenkomsten, de voor- en nadelen daarvan, de verhouding tot de statuten, doorwerking van een aandeelhoudersovereenkomst in de vennootschapsrechtelijke orde centraal. Ik ga in op veel voorkomende onderwerpen in een aandeelhoudersovereenkomst en bespreek bepalingen – met voorbeelden – die een must zijn om in een dergelijke overeenkomst op te nemen, zoals besluitvorming binnen bestuur en algemene vergadering, een mogelijke deadlock op deze niveaus, exit-, good en bad leaverbepalingen en aanbiedings- en prijsbepalingsregelingen. Ook sta ik stil bij drag en tag along bepalingen. Ik sluit af met een overzicht van relevante rechtspraak en literatuur.

Afgeleide schade, aandeelhouders, waardevermindering van aandelen

Afgeleide schade, aandeelhouders, waardevermindering van aandelen
Afgeleide schade, aandeelhouders, waardevermindering van aandelen

Lees hier mijn blog

Besluit om niet te decertificeren. Negatief besluit?

In het tijdschrift JOR (Jurisprudentie Onderneming & Recht) schreef ik een annotatie onder het arrest van het Hof Amsterdam van 24 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2640. Dit arrest gaat over de vraag of een beslissing van het bestuur van een StAK aandelen niet te decertificeren kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van art. 2:15 BW.

In de kwestie die het hof moest beoordelen waren alle certificatenvan aandelen in een hand. In de administratievoorwaarden was bepaald dat alleen het bestuur tot decertificering kan besluiten.

Certificaathouders kunnen geen decertificering van de aandelen verlangen, tenzij alle certificaten van aandelen worden gehouden dooréén persoon. In dit geval was dus sprake van beperkt royeerbare certificaten van aandelen. Dergelijke certificaten komen in de praktijk veelvuldig voor (zie R.A. Wolf, De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (diss. Maastricht), Serie VHI deel 116, Deventer: Kluwer 2013, par. 4.4.4 en 6.3.3.7). De vorderingen van de enig certificaathouder beogen links- of rechtsom decertificering te bewerkstellingen. De voorzieningenrechter heeft die vorderingen afgewezen; het hof bekrachtigt dat vonnis.

In het arrest van het hof is de laatste bijzin van r.o. 3.5 is interessant. Het hof overweegt daar dat aan de beslissing om niet tot decertificering over te gaan geen rechtsgevolgen zijn verbonden en daarom – zo begrijp ik het woord “overigens” – ook geen sprake is van een besluit in de zin van art. 2:15 BW. Die overweging sluit aan bij de heersende opvatting in de literatuur, zie daarvoor Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/292. Feitelijk is sprake van een negatief besluit. Zo beschouwd, gaat dit ook op voor de beslissing om niet te decertificeren. De certificering blijft immers in stand.

Of is de beslissing niet te decertificeren toch aan te merken als een negatief besluit en als een besluit in de zin van art. 2:15 BW? In de rechtspraak is dat wel aangenomen en in de literatuur bestaat daarover discussie. In mijn noot ga ik op deze vraag in. Klik hier om de noot te lezen.

Advocatenblad – Het dilemma

Voor het Advocatenblad 2018-8 werd mij een dilemma voorgelegd:

“Welke successen deelt u met collega’s of de buitenwereld? En wanneer is een succes bijzonder of slechts ‘part of the job’?”

Klik hier om het artikel te lezen!

Certificering en blockchaintechnologie voor familiebedrijven

De blockchaintechnologie biedt diverse mogelijkheden voor vermogende families en hun ondernemingen. In Familiezaken 2018-8 schreef ik samen met Peter Hofman en Léon Hoeksema een artikel hierover. Wij onderzoeken welke opties er zijn. Gaat het om een utopie, is het toekomstmuziek of toch 2018? Wie op internet op zoek gaat naar ‘blockchaintechnologie’, krijgt een veelheid aan hits. De verwijzingen op zijn op hoofdlijnen onder te verdelen in drie categorieën. Ten eerste zijn er informatieve artikelen en filmpjes waarin wordt uitgelegd wat de blockchain inhoudt. De tweede categorie betreft nieuws en uitleg over cryptocurrency. Tot slot zijn er de verhalen over ICO’s (Initial Coin Offerings): ondernemingen die funding ophalen door het uitgeven van crypto-aandelen of tokens op een cryptobeurs. In het algemeen wordt blockchaintechnologie als veelbelovend gezien. Op welke wijze biedt blockchaintechnologie mogelijkheden aan vermogende families en hun ondernemingen? Wij doen hiertoe een eerste aanzet aan de hand van certificering van aandelen en de overdracht daarvan. Eerst gaan wij in op de vraag wat blockchaintechnologie is en op de mogelijke toepassing daarvan bij familievermogen en familiebedrijven. Daarna komen de civielrechtelijke aspecten van certificering van aandelen en de overdracht daarvan aan de orde. Vervolgens beschrijven we een praktijkvoorbeeld waarbij deze certificering en overdracht door middel van blockchaintechnologie heeft plaatsgevonden. Ook komen fiscaalrechtelijke aandachtspunten aan de orde. Wij sluiten af met een conclusie.

Lees hier het artikel!

 

Externe bestuurdersaansprakelijkheid, geen collectieve aansprakelijkheid

In deze video bespreek ik het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2018 (ECLI:NL:HR:2018:470, Van Nieuwburg c.s./TMF Management c.s.). In dat arrest gaat het over externe bestuurdersaansprakelijkheid jegens schuldeisers op grond van onrechtmatige daad. Daarvoor geldt geen collectieve aansprakelijkheid. Iedere bestuurder moet voor de vaststelling van aansprakelijkheid een persoonlijke ernstig verwijt te maken zijn, in te vullen door de bijzondere omstandigheden van het geval. Voor een dergelijke verwijt geldt een hoge drempel.

Mijn dank gaat uit naar Etienne van Bladel van de Academie voor de Rechtspraktijk in Waardenburg, die deze video en onderstaande foto heeft mogelijk gemaakt.

Onder deze uitspraak van de Hoge Raad heb ik ook een noot geschreven. Klik hier voor de noot.

Aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen; een Nederlands landenrapport

Samen met Iris Wuisman, hoogleraar Ondernemingsrecht, in Leiden, schreef ik een bijdrage over aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen naar Nederlands recht. Die bijdrage maakt onderdeel uit van het Directors’ & Officers’s (D&O) Liability-project van het European Centre of Tort and Insurance Law (ECTIL) in Wenen.

ECTIL omschrijft het project als volgt:

“In recent years several cases concerning the liability of directors and officers have courted controversy. Arguments raised in such discussions oscillate between two extremes: on the one hand, the need for governing bodies to give a space to entrepreneurial discretion and on the other hand to ensure the protection of investors in and creditors of a company from the consequences of disadvantageous decisions by those bodies. In light of the geographical dispersal of the above stakeholders, the study offers a comparative insight into the liability of directors and officers in 10 key European jurisdictions (in particular, Austria, Czech Republic, Germany, Italy, the Netherlands, Norway, Poland, Spain and Switzerland) and 4 non-European jurisdictions (namely Brazil, Israel, Turkey and the United States). Amongst other things it investigates existing company law principles on the topic and examines their interaction with tort law and other fields with a view to suggesting principles for better stakeholder protection. National reports are complemented by an economic analysis and insurance, conflict of laws and comparative reports. The study also benefits from case study analyses. It is funded under the generous auspices of the B&C Privatstiftung.”

De landenrapport zijn gebundeld en in boekvorm uitgebracht. Voor het boek klik hier. Voor het Nederlandse landenrapport klik hier (onder embargo).

 

Geen hoofdelijke aansprakelijkheid bij bestuurdersaansprakelijkheid jegens schuldeisers op grond van onrechtmatige daad

Op 30 maart 2018 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan over de externe aansprakelijkheid van een bestuurder van een vennootschap jegens een schuldeiser op grond van onrechtmatige daad. De vragen waren of (i) bij een meerhoofdig bestuur de collectieve verantwoordelijkheid leidt tot collectieve (en hoofdelijke) aansprakelijkheid, en (ii) het nalaten van het houden van toezicht door een medebestuurder op het naleven van wettelijke bepalingen door de andere bestuurder(s) tot een persoonlijk ernstig verwijt van die medebestuurder leidt.

De Hoge Raad beantwoordt de eerste vraag negatief en verwijst naar een aantal standaardarresten, zoals Ontvanger/Roelofsen, Hezeman Air en RCI. Bij deze vorm van aansprakelijkheid gaat het om een secundaire aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap jegens een derde op grond van onrechtmatige daad, waarvoor bijzondere omstandigheden zijn vereist en een hoge drempel geldt. Deze hoge drempel wordt gerechtvaardigd, omdat ten opzichte van de derde primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen Of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Uit het persoonlijke karakter van het ernstige verwijt dat de bestuurder moet kunnen worden gemaakt volgt dat voor het aannemen van aansprakelijkheid voor iedere bestuurder afzonderlijk moet worden vastgesteld dat hij in zijn hoedanigheid onrechtmatig heeft gehandeld en dat dit handelen (waaronder is begrepen nalaten) aan hem kan worden toegerekend, aldus de Hoge Raad. Kort gezegd, collectieve verantwoordelijkheid brengt in het kader van bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad jegens een schuldeiser geen hoofdelijke aansprakelijkheid mee. Lees hier de uitspraak van de Hoge Raad.

In mijn noot in Jurisprudentie in Nederland (JIN 2018/95) bespreek ik dit arrest en ga ik ook in op het antwoord op de tweede vraag. Voor de positieve beantwoording van die vraag zijn aanknopingspunten te vinden in de literatuur en jurisprudentie. Lees hier de noot.

Over Rogier Wolf

Rogier Wolf is advocaat en universitair docent ondernemingsrecht. Tot zijn expertise behoren de flex-bv en kapitaalparticipatie zonder stemrecht in de bv. Rogier adviseert onder andere over stemrechtloze aandelen, certificering van aandelen en participatiebewijzen. Hij is een veelgevraagd docent en spreker en publiceert zeer regelmatig over het ondernemingsrecht. Contact?