Home » Ondernemingsrecht

Category Archives: Ondernemingsrecht

Tegenstrijdig belang. Beroep op de Bibolini-exceptie. Noot onder uitspraak Hof Amsterdam.

Voor de rubriek Ondernemingsrecht van het tijdschrift Jurisprudentie in Nederland schreef ik een noot over tegenstrijdig belang onder een uitspraak van het Hof Amsterdam van 21 mei 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:1724). In dit tussenarrest staat het leerstuk van tegenstrijdig belang in de bv centraal. Volgens art. 2:239 lid 6 BW neemt een bestuurder niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming. Sinds 1 januari 2013 is door de Wet bestuur en toezicht sprake van een besluitvormingsregel in plaats van een vertegenwoordigingsregel. Als de met een tegenstrijdig belang geconflicteerde bestuurder de vennootschap vertegenwoordigt, is de vennootschap in beginsel aan die rechtshandeling gebonden. In deze uitspraak gaat het om de woorden ‘in beginsel’, namelijk de vraag of de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid, gelet op de concrete omstandigheden van het onderhavige geval, aan de afdwingbaarheid van de rechtshandeling in de weg staat. Anders gezegd: onder omstandigheden kan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn dat degene die een overeenkomst heeft gesloten met een vennootschap, terwijl hij ermee bekend is dat de bestuurder die de vennootschap daarbij vertegenwoordigde, een tegenstrijdig belang had, de vennootschap desondanks aan de overeenkomst houdt. Dit wordt de Bibolini-exceptie genoemd, naar het arrest van de Hoge Raad van 17 december 1982 (ECLI:NL:HR:1982:AG4503).

De uitspraak van het Hof Amsterdam is een tussenuitspraak. Het hof moet de vraag nog beantwoorden of in dit concrete geval sprake is van een tegenstrijdig belang. In mijn noot bespreek ik de casus en geef ik gezichtspunten voor deze beoordeling. Klik hier om de noot te lezen.

Het Potplantenkwekerij-arrest. Aandeelhouderschade: afgeleide of directe schade?

Het Potplantenkwekerij-arrest: afgeleide of directe schade? from Academie voor de Rechtspraktijk on Vimeo.

De Hoge Raad deed in oktober 2018 in het Potplantenkwekerij-arrest uitspraak (ECLI:NL:HR:2018:1899) over het leerstuk van afgeleide schade. In samenwerking met de Academie voor de Rechtspraktijk en avdrlegalflix.nl heb ik deze uitspraak in deze video toegelicht.

Afgeleide schade:

In het ondernemingsrecht is het Poot/ABP-arrest over afgeleide schade een bekend leerstuk. Als een derde aan een vennootschap vermogensschade toebrengt door wanprestatie in een contractuele verplichting of door gedragingen die jegens de vennootschap onrechtmatig zijn, heeft alleen de vennootschap een vordering tot vergoeding van deze schade. In beginsel komt aan aandeelhouders in de vennootschap niet toe een vordering tot schadevergoeding bestaande in vermindering van de waarde van hun aandelen of gemiste koerswinst die het gevolg is van die wanprestatie of onrechtmatige daad jegens de vennootschap. Zie onder meer HR 2 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1564, (Poot/ABP) en HR 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2443, (Chipshol/Coopers & Lybrand). De gedachte achter deze regel is dat door vergoeding van de door de vennootschap geleden schade de aandeelhouders indirect gecompenseerd worden.

Wat was de casus van de uitspraak?

Een holding hield aandelen in een dochter en haar kleindochters. Holding kocht een containerveld aan ten behoeve van de activiteiten in potplanten van de (klein)dochters. De gemeente gelaste met de ontwikkeling van dat containerveld te stoppen. Die besluiten werden door de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigd. In de procedure staat het onrechtmatige handelen van de gemeente jegens holding vast. De positie van de dochter laat ik buiten beschouwing. Holding vordert van de gemeente schadevergoeding. De bedrijfsactiviteiten van holding waren ondergebracht in de dochter, die winst heeft gederfd doordat zij door de besluiten van de gemeente gehinderd is in haar exploitatiemogelijkheden. Als gevolg daarvan is door holding schade geleden bestaande in gederfd dividend of in een lagere waarde van haar aandelen in de dochter. Het hof wijst die vordering af. In cassatie overweegt de Hoge Raad dat het leerstuk van afgeleide schade in dit geval niet van toepassing is. Schade van een dochter kan ook schade van de aandeelhouder (de holding) in de vorm van gemiste dividenduitkeringen of een lagere waarde van de aandelen tot gevolg hebben. Die schade kan, mede gelet op de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, vergoed worden (i) als deze schade in verband staat met de onrechtmatige gedragingen van de gemeente jegens de holding en (ii) als een gevolg van die gedragingen aan de gemeente kan worden toegerekend. Dat geldt ook als de aandelen door de holding niet tussentijds zijn verkocht. Top-down is dus ook mogelijk!

Aandeelhoudersovereenkomsten. Nieuw project: een video vijfluik

Preview: Colleges aandeelhoudersovereenkomsten met Rogier Wolf from Academie voor de Rechtspraktijk on Vimeo.

In samenwerking met de Academie voor de Rechtspraktijk en avdrlegalflix.nl ben ik bezig met een nieuw project. Een vijfluik over aandeelhoudersovereenkomsten op video. Bekijk de teaser!

Het Licorne-arrest: afgeleide of directe schade?

Het Licorne-arrest: afgeleide of directe schade? from Academie voor de Rechtspraktijk on Vimeo.

De Hoge Raad deed in september 2018 in het Licorne-arrest uitspraak (ECLI:NL:HR:2018:1811) over het leerstuk van afgeleide schade. In samenwerking met de Academie voor de Rechtspraktijk en avdrlegalflix.nl heb ik deze uitspraak in deze video toegelicht.

Afgeleide schade:

In het ondernemingsrecht is het Poot/ABP-arrest over afgeleide schade een bekend leerstuk. Als een derde aan een vennootschap vermogensschade toebrengt door wanprestatie in een contractuele verplichting of door gedragingen die jegens de vennootschap onrechtmatig zijn, heeft alleen de vennootschap een vordering tot vergoeding van deze schade. In beginsel komt aan aandeelhouders in de vennootschap niet toe een vordering tot schadevergoeding bestaande in vermindering van de waarde van hun aandelen of gemiste koerswinst die het gevolg is van die wanprestatie of onrechtmatige daad jegens de vennootschap. Zie onder meer HR 2 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1564, (Poot/ABP) en HR 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2443, (Chipshol/Coopers & Lybrand). De gedachte achter deze regel is dat door vergoeding van de door de vennootschap geleden schade de aandeelhouders indirect gecompenseerd worden.

Wat was de casus van de uitspraak?:

Licorne Holding koopt van Licorne International alle aandelen in Licorne Nederland tegen EUR 5 miljoen. Van de koopsom is EUR 2 miljoen omgezet in een achtergestelde lening. Licorne Nederland is betrokken bij onderzoek naar BTW-fraude. Daarvoor zijn garanties en vrijwaringen in de koopovereenkomst en een mogelijkheid tot verrekening met achtergestelde lening opgenomen. Licorne Holding en Licorne Nederland vorderen schadevergoeding van en beroepen zich onder meer op opschorting jegens Licorne International. De vordering tot schadevergoeding waarop Licorne Holding haar beroep op opschorting baseert, vloeit voort uit de schending van de garanties uit de koopovereenkomst jegens haar. Zij is geen afgeleide schade, maar eigen schade die Licorne Holding als koper van de aandelen in Licorne Nederland heeft geleden. Die aandelen bleken minder waard te zijn dan Licorne Holding op grond van de garanties mocht verwachten. Daardoor heeft zij ook een te hoge koopprijs betaald.

UdinkSchepel Advocaten benoemt Rogier Wolf tot partner

UdinkSchepel Advocaten is verheugd mede te delen dat zij Rogier Wolf tot partner heeft benoemd. Met zijn uitgebreide expertise draagt Rogier Wolf bij aan de verdere groei van de succesvolle ondernemingsrechtelijke praktijk van UdinkSchepel Advocaten. Rogier adviseert ondernemers over het structureren van vennootschappen, samenwerkingsvormen en participaties in andere ondernemingen. Hij procedeert over aandeelhoudersgeschillen en bestuurdersaansprakelijkheid. Daarnaast is Rogier Wolf universitair docent aan Maastricht University, auteur van diverse juridische publicaties, voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor vennootschapsrecht, rechtspersonenrecht en ondernemingsbestuur (TvOB) en een veel gevraagd docent.

Ook Mr. online, Advocatie en het Advocatenblad maken melding van dit goede nieuws.

UdinkSchepel Advocaten staat ondernemers bij in het ondernemings- en faillissementsrecht en bij herstructureringen. Met een schat aan ervaring en een mooie staat van dienst, opgebouwd door advocaten die de dingen vaak net even anders doen: creatiever, met meer verve en spirit. Vanuit een praktische aanpak waarbij de oplossing vooropstaat. Persoonlijk en met korte lijnen. Zo nodig duiken onze advocaten ook de wetenschappelijke diepte in en, als het moet, laten we onze tanden in een procedure zien.

Logo

Vertegenwoordigingsbevoegdheid bij de bv

Voor de rubriek Even Opfrissen van het Advocatenblad heb ik een bijdrage geschreven over de vertegenwoordigingsbevoegdheid bij de bv. De vraag die ik beantwoord heb, is of het statutaire tweehandtekeningenstelsel kan worden doorbroken. Anders gezegd, als er twee statutair bestuurders in een bv zijn en zij zijn slechts gezamenlijk vertegenwoordigingsbevoegd, kunnen zij elkaar over en weer een volmacht geven, zodat zij toch zelfstandig rechtshandelingen kunnen verrichten? Bijvoorbeeld het aangaan van overeenkomsten? Lees hier verder voor het antwoord op die vraag.

Afbeeldingsresultaat voor advocatenblad

Aandeelhoudersovereenkomsten

In maart 2019 is de Leidraad aandeelhoudersovereenkomsten, als onderdeel van de Leidraad voor de accountant, aflevering 114, die ik heb geschreven, verschenen. Wolters Kluwer geeft de Leidraad uit.

In deze leidraad staan het wat en waarom van aandeelhoudersovereenkomsten, de voor- en nadelen daarvan, de verhouding tot de statuten, doorwerking van een aandeelhoudersovereenkomst in de vennootschapsrechtelijke orde centraal. Ik ga in op veel voorkomende onderwerpen in een aandeelhoudersovereenkomst en bespreek bepalingen – met voorbeelden – die een must zijn om in een dergelijke overeenkomst op te nemen, zoals besluitvorming binnen bestuur en algemene vergadering, een mogelijke deadlock op deze niveaus, exit-, good en bad leaverbepalingen en aanbiedings- en prijsbepalingsregelingen. Ook sta ik stil bij drag en tag along bepalingen. Ik sluit af met een overzicht van relevante rechtspraak en literatuur.

Externe bestuurdersaansprakelijkheid, geen collectieve aansprakelijkheid

In deze video bespreek ik het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2018 (ECLI:NL:HR:2018:470, Van Nieuwburg c.s./TMF Management c.s.). In dat arrest gaat het over externe bestuurdersaansprakelijkheid jegens schuldeisers op grond van onrechtmatige daad. Daarvoor geldt geen collectieve aansprakelijkheid. Iedere bestuurder moet voor de vaststelling van aansprakelijkheid een persoonlijke ernstig verwijt te maken zijn, in te vullen door de bijzondere omstandigheden van het geval. Voor een dergelijke verwijt geldt een hoge drempel.

Mijn dank gaat uit naar Etienne van Bladel van de Academie voor de Rechtspraktijk in Waardenburg, die deze video en onderstaande foto heeft mogelijk gemaakt.

Onder deze uitspraak van de Hoge Raad heb ik ook een noot geschreven. Klik hier voor de noot.

Aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen; een Nederlands landenrapport

Samen met Iris Wuisman, hoogleraar Ondernemingsrecht, in Leiden, schreef ik een bijdrage over aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen naar Nederlands recht. Die bijdrage maakt onderdeel uit van het Directors’ & Officers’s (D&O) Liability-project van het European Centre of Tort and Insurance Law (ECTIL) in Wenen.

ECTIL omschrijft het project als volgt:

“In recent years several cases concerning the liability of directors and officers have courted controversy. Arguments raised in such discussions oscillate between two extremes: on the one hand, the need for governing bodies to give a space to entrepreneurial discretion and on the other hand to ensure the protection of investors in and creditors of a company from the consequences of disadvantageous decisions by those bodies. In light of the geographical dispersal of the above stakeholders, the study offers a comparative insight into the liability of directors and officers in 10 key European jurisdictions (in particular, Austria, Czech Republic, Germany, Italy, the Netherlands, Norway, Poland, Spain and Switzerland) and 4 non-European jurisdictions (namely Brazil, Israel, Turkey and the United States). Amongst other things it investigates existing company law principles on the topic and examines their interaction with tort law and other fields with a view to suggesting principles for better stakeholder protection. National reports are complemented by an economic analysis and insurance, conflict of laws and comparative reports. The study also benefits from case study analyses. It is funded under the generous auspices of the B&C Privatstiftung.”

De landenrapport zijn gebundeld en in boekvorm uitgebracht. Voor het boek klik hier. Voor het Nederlandse landenrapport klik hier (onder embargo).

 

Geen hoofdelijke aansprakelijkheid bij bestuurdersaansprakelijkheid jegens schuldeisers op grond van onrechtmatige daad

Op 30 maart 2018 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan over de externe aansprakelijkheid van een bestuurder van een vennootschap jegens een schuldeiser op grond van onrechtmatige daad. De vragen waren of (i) bij een meerhoofdig bestuur de collectieve verantwoordelijkheid leidt tot collectieve (en hoofdelijke) aansprakelijkheid, en (ii) het nalaten van het houden van toezicht door een medebestuurder op het naleven van wettelijke bepalingen door de andere bestuurder(s) tot een persoonlijk ernstig verwijt van die medebestuurder leidt.

De Hoge Raad beantwoordt de eerste vraag negatief en verwijst naar een aantal standaardarresten, zoals Ontvanger/Roelofsen, Hezeman Air en RCI. Bij deze vorm van aansprakelijkheid gaat het om een secundaire aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap jegens een derde op grond van onrechtmatige daad, waarvoor bijzondere omstandigheden zijn vereist en een hoge drempel geldt. Deze hoge drempel wordt gerechtvaardigd, omdat ten opzichte van de derde primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen Of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Uit het persoonlijke karakter van het ernstige verwijt dat de bestuurder moet kunnen worden gemaakt volgt dat voor het aannemen van aansprakelijkheid voor iedere bestuurder afzonderlijk moet worden vastgesteld dat hij in zijn hoedanigheid onrechtmatig heeft gehandeld en dat dit handelen (waaronder is begrepen nalaten) aan hem kan worden toegerekend, aldus de Hoge Raad. Kort gezegd, collectieve verantwoordelijkheid brengt in het kader van bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad jegens een schuldeiser geen hoofdelijke aansprakelijkheid mee. Lees hier de uitspraak van de Hoge Raad.

In mijn noot in Jurisprudentie in Nederland (JIN 2018/95) bespreek ik dit arrest en ga ik ook in op het antwoord op de tweede vraag. Voor de positieve beantwoording van die vraag zijn aanknopingspunten te vinden in de literatuur en jurisprudentie. Lees hier de noot.

Over Rogier Wolf

Rogier Wolf is advocaat en universitair docent ondernemingsrecht. Tot zijn expertise behoren de flex-bv en kapitaalparticipatie zonder stemrecht in de bv. Rogier adviseert onder andere over stemrechtloze aandelen, certificering van aandelen en participatiebewijzen. Hij is een veelgevraagd docent en spreker en publiceert zeer regelmatig over het ondernemingsrecht. Contact?